Mogelijke hartproblemen bij een hond

Hartproblemen kunnen leiden tot hartfalen. Er bestaan verschillende soorten hartaandoeningen bij honden. Daarom is het belangrijk om alle symptomen in de gaten te houden.

Wat zijn de hartproblemen bij honden?

Het hart is een van de meest belangrijke organen, ook bij honden. Jammer genoeg kunnen honden ook problemen ondervinden. Sommige hartproblemen kunnen al bij de geboorte voorkomen en andere op latere leeftijd.

Wat zijn de symptomen van een hond met hartproblemen?

Je merkt niet altijd aan je hond dat hij een hartaandoening heeft. Milde vormen van hartproblemen zoals hartruis hoeven niets ernstig te betekenen, maar het is goed om waakzaam te zijn. 

Je herkent hartproblemen bij je hond aan de volgende symptomen:

Herken je een of meer van deze symptomen? Neem dan contact op met je dierenarts. Laat je hond tijdens zijn jaarlijkse controle bij je dierenarts onderzoeken op hartproblemen.

Honden met hartproblemen kunnen niet goed tegen warm weer. Zorg voor voldoende koele plekjes waar ze kunnen rusten. Lees ook ons artikel over het voorkomen van oververhitting bij honden.

Wat zijn de oorzaken van hartproblemen bij honden?

Honden kunnen op eender welke leeftijd hartproblemen ontwikkelen. De meeste aandoeningen worden veroorzaakt door de hartkleppen of de hartspier. Verder hebben een aantal hondenrassen een verhoogd risico.

Cavalier King Charles spaniëls, teckels, jack russel terriërs, dwergpoedels en chihuahua’s krijgen op oudere leeftijd vaak te maken met lekkende hartkleppen.

Verder zorgt de hartspier van dobermanns, Duitse dogs en newfoundlanders er vaak voor dat hun hart niet goed meer functioneert.

Waarom zou je hartproblemen bij een hond laten behandelen?

Met sommige hartaandoeningen kan een hond perfect leven. Voor de meeste problemen moet een behandelingsplan opgestart worden. Doe je dit niet? Dan gaat het dikwijls van kwaad naar erger. 

Hartproblemen bij een hond: de diagnose

Als eerste ondergaat je hond een lichamelijk onderzoek. Met een stethoscoop kan je dierenarts een abnormaal hartritme of hartruis vaststellen. Een abnormaal hartritme kan worden veroorzaakt door een afwijking van de hartspier. Hartruis ontstaat door lekkende kleppen of vernauwingen in de bloedvaten.

Afhankelijk van de symptomen worden er door je dierenarts andere stappen ondernomen zoals röntgenfoto’s, echo’s, bloedafnames…

Dilatatieve cardiomyopathie (DCM)

Bij dilatatieve cardiomyopathie (DCM) trekt het hart van je hond niet goed samen door een verzwakte hartspier. Om zijn bloedruk op peil te houden, moet het hart van je hond nog harder werken. Deze vicieuze cirkel kan alleen met medicatie doorbroken worden.

Hoe sneller DCM opgespoord wordt, hoe beter de overlevingskansen. Grijp je niet in? Dan heeft je hond een prognose van twee jaar. Grotere hondenrassen hebben meer risico op DCM.

Myxomateuze klepdegeneratie (MKD)

Bij myxomateuze klepdegeneratie (MKD) lekt een van de hartkleppen waardoor de andere vergroot. Je hond wordt sneller moe. En door het opgehoopte vocht in zijn longen wordt hij kortademig. De ziekte komt pas op latere leeftijd voor bij kleine hondenrassen en is niet te genezen. 

Met medicatie wordt de aandoening gemiddeld 15 maanden onder controle gehouden. Honden die geen last hebben van de aandoening kunnen een normaal leven leiden en probleemloos oud worden.

Ventrikelseptumdefect (VSD)

Het ventrikelseptumdefect (VSD) is een aangeboren afwijking. Het bloed kan rechtstreeks van de ene hartkamer naar de andere stromen. Dit kan vocht op de longen veroorzaken. Bij een klein VSD dient er geen behandeling ingesteld te worden maar moet de hond wel één- of tweejaarlijks op controle. De hond kan een normaal leven leiden. Bij een groter VSD dient medicatie toegediend te worden, hier is de levensverwachting kort.

VSD is de verbinding tussen de twee hartkamers. 

Aritmogene Rechter Ventrikel Cardiomyopathie

Aritmogene Rechter Ventrikel Cardiomyopathie (ARVC) is een hartspierziekte. Dit is een erfelijke aandoening die hartspierweefsel voor een deel in vet of bindweefsel omzet. Dat veroorzaakt hartritmestoornissen. Dit komt voornamelijk voor bij boxers.

Klepdysplasie

Door klepdyplasie staat een hartklep van nature in een verkeerde positie. De klep kan ook verdikt zijn of een abnormale vorm hebben. Dat veroorzaakt vochtophopingen in de longen of buik van je hond. Operaties om deze aandoening te verhelpen worden op dit moment enkel in Japan en Versailles uitgevoerd.

Vernauwde aorta

Een vernauwing in de aorta is de meest voorkomende aangeboren hartaandoening bij honden. Een hond met een milde vorm kan een normaal leven leiden. Honden met ernstige symptomen moeten geopereerd worden.

Persisterende Ductus Arteriosus (PDA)

Bij een Persisterende Ductus Arteriosus (PDA) is het bloedvat tussen de longslagader en lichaamsslagader niet dichtgegroeid na de geboorte. Dat kan hartfalen veroorzaken. Via een operatie kan de opening worden gesloten en kan de hond een normaal leven leiden.

Hartproblemen bij een hond: de behandeling

De behandeling van hartproblemen bij honden hangt af van de aard van de aandoening. Een operatie is meestal noodzakelijk. Een PDA bijvoorbeeld wordt operatief dichtgemaakt. Een vernauwing in de longslagader kan operatief verkleind worden.

Veel hartafwijkingen zijn met medicatie onder controle te houden. Krijgt je hond medicatie? Dan zal je regelmatig op controle moeten komen. Het type medicijn en de hoeveelheid verschilt per hond.

Soms kunnen alleen de symptomen behandeld worden. Zo worden plaspillen voorgeschreven om vochtophopingen te verhelpen.

Hond met hartproblemen laten inslapen?

De levensverwachting van honden met een hartaandoening hangt af van de ernst van de situatie. Voor een hond met hartfalen is de prognose niet goed. Dan adviseert je dierenarts soms om je hond te laten inslapen.

Twijfel je of je hond last heeft van hartproblemen? Neem dan contact op met je dierenarts. Hij of zijn kan je meer informatie geven over de verschillende soorten hartproblemen en behandelingen.

Neem contact op met een dierenarts

Ziet u symptomen in dit artikel terug bij uw dier? Maak een afspraak bij een kliniek. Een dierenarts kan beoordelen of behandeling nodig is.

Vind uw kliniek