Ga naar de hoofdinhoud

Casus: Recidiverend wekedelensarcoom bij Max- Franse bulldog

Max, een negen jaar oude gecastreerde Franse bulldog, werd naar onze kliniek verwezen voor de behandeling van een recidiverend wekedelensarcoom (STS) ter hoogte van de linker achterhand.

 

De massa bevond zich aan de bekkenrand naar ventraal en had bij presentatie een grootte van ongeveer 8 x 6 cm. Volgens de eigenaar vertoonde het gezwel een wisselend groeipatroon: periodes van relatieve stabiliteit werden afgewisseld met fases van duidelijke, snelle toename in omvang. In het verleden was het sarcoom reeds tweemaal chirurgisch verwijderd.

Bij het algemeen klinisch onderzoek werden geen bijzonderheden vastgesteld. Palpatie van de massa toonde geen duidelijke fixatie aan onderliggende structuren en er was klinisch geen infiltratie in de omliggende musculatuur voelbaar. Het bloedonderzoek dat half oktober bij de verwijzende dierenarts was uitgevoerd, vertoonde geen afwijkingen.

Chirurgische planning en reconstructie

Gezien het recidiefkarakter en het beschreven groeipatroon werd gekozen voor een radicale chirurgische benadering. Het advies bestond uit het verwijderen van de tumor met zo ruim mogelijke marges, bij voorkeur minimaal vier centimeter lateraal en met excisie van ten minste één intacte fascielaag in de diepte, inclusief betrokken spierweefsel van de achterpoot indien noodzakelijk. Rekening houdend met de te verwachten huiddeficiëntie werd vooraf een reconstructie gepland met behulp van een axiale huidflap gebaseerd op de arteria epigastrica superficialis caudalis, waarbij huid van de melklijst werd gemobiliseerd.

De tumor werd met zo ruim mogelijke marges verwijderd. Rondom de massa werd een marge van minimaal twee centimeter gerealiseerd, binnen de anatomische beperkingen van de regio. In de diepte werd tot op de fascie gewerkt en werd lateraal een deel van het onderliggende spierweefsel meegenomen om een oncologisch verantwoorde diepe marge te bekomen. Na blocresectie ontstond een uitgebreid huiddefect, waarvoor de geplande axiale flap werd gemobiliseerd en getransponeerd. De wonde werd gesloten met steunhechtingen in monofilament 2/0, een doorlopende subcutane hechting in monofilament 3/0 en een gecombineerde huidhechting met doorlopende en afzonderlijke nylonhechtingen (3/0).

Postoperatief verloop en resultaat

Postoperatief werd bijzondere aandacht besteed aan zones met verhoogd risico op wondcomplicaties. Met name het rotatiepunt van de flap, de overgang tussen de pootincisie en de huidflap en het distale deel van de flap vormen kritieke regio’s voor spanning, verminderde perfusie en mogelijke dehiscentie. Strikte bewegingsbeperking en nauwgezette wondcontrole zijn in dergelijke gevallen essentieel.

Max herstelde vlot na zijn operatie. Er traden geen onverwachte post-operatieve complicaties op.

Het gezwel werd opgestuurd naar pathologie. Hieruit kwam het goede nieuws dat de wondranden vrij zijn van tumorale cellen.

 

Fout

Er is een fout opgetreden. Deze toepassing reageert mogelijk niet meer totdat deze opnieuw wordt geladen.